De Kharābāt in Erdbrink en Poëzie: een Centrum van Kritiek op Orthodoxie

20 April 2023

In zijn nieuwste programma bezoekt journalist Thomas Erdbrink Kucha-ye Kharābāt, een wijk in de Afghaanse hoofdstad Kaboel waar veel muzikanten woonden. Nu zij worden vervolgd door het nieuwe Talibanregime wordt muziek gebruikt als protestmiddel. Ik zie een parallel met de Perzische poëtische traditie waarin de kharābāt (“wijnhuis,” letterlijk “ruïne”) ook dient als centrum van kritiek op de orthodoxe islam van machthebbers, onder meer via muziek.

In mijn vorige blog schreef ik over een counter-protestlied waarin zingende Afghaanse vrouwen waarschuwen voor de huidige protesten in Iran door te wijzen op hun verschrikkelijke lot na de Amerikaanse invasie van 2001. Ik deelde mijn verdenking dat dit lied niet is geproduceerd door de Afghaanse zusters next door, maar dat het Iraanse fundamentalistische regime hier zelf achter zit. Hoe Afghanen wél zelf muziek gebruiken om te protesteren, maar dan tegen het nieuwe fundamentalistische Talibanregime in eigen land, laat de Nederlandse journalist Thomas Erdbrink zien. In zijn nieuwste indrukwekkende serie “Onze Man bij de Taliban” (2023) op NPO vertelt hij de verhalen van verschillende Afghanen voorafgaand aan het plotselinge vertrek van de Westerse troepen in augustus 2021 en tijdens het daaropvolgende Talibanregime.

Erdbrink loopt door Kucha-ye Kharābāt

Erdbrink, die twee decennia in Iran heeft gewerkt en gewoond, ziet veel paralellen tussen de twee landen. Beide hebben een recente geschiedenis met veel geweld en repressie. Ook als het om muziek gaat, want daar hebben fundamentalistische moslims vaak problemen mee. Waar in Iran muzikanten direct na de revolutie van 1979 met repressie, vervolging en vernieling te maken kregen, begon dit in Afghanistan onder het eerste Talibanregime in 1996. Nu de Taliban weer aan de macht is, lijkt hetzelfde liedje, zoals Erdbrink dat zo passend verwoordt, zich daar weer van voor af aan af te spelen.

Maar net als Iraniërs protesteren Afghanen júíst middels muziek. Dit zien we als Erdbrink Kucha-ye Kharābāt, een wijk in de hoofdstad Kaboel, bezoekt. In deze wijk wonen bijna alle muzikanten van de stad en zaten muziekwinkels, maar toen de Taliban de macht greep hebben ze de winkels direct gesloten en de instrumenten vernield. Eén man vertelt Erdbrink dat de buurt al meer dan 500 jaar bestaat en dat er voor hen geen leven zonder muziek is. Daarom maken dappere mannen en vrouwen ook stiekem, achter gesloten deuren en geluidsdichtgemaakte muren, nog muziek in Kharābāt. Zij verklaren dat als ze ook met de muziek stoppen en precies doen wat hen opgedragen wordt, de vijand wint. Kharābāt is dus echt een plek van verzet, een plek waar men kritisch is op het soort islam van het regime.

Ondergrondse muziekles in Kucha-ye Kharābāt

Wie bekend is met Perzische poëzie, zal niet van de naam van de buurt hebben opgekeken: in één van de meest populaire genres speelt de kharābāt (meestal vertaald als “wijnhuis,” letterlijk “ruïne”) de hoofdrol. In de denkbeeldige topografie van deze poëzie vormt de kharābāt een hele aparte wereld, ergens aan de rand van de stad. Deze wereld bestaat uit wijnhuizen of zelfs ruïnes. Alles wat God verboden heeft, vindt hier plaats: knappe christelijke of zoroastrische jongemannen, die men ook betaalt voor seks, serveren er wijn; men vergokt er alle aardse bezittingen en er wordt gedanst tot diep in de nacht – mét muziek natuurlijk. Ook wordt er kritiek geuit op niemand minder dan God zelf en het orthodoxe islamitische geloof. In deze poëzie zijn juist deze kritische dronkenlappen de goeieriken en de orthodoxe geestelijken en machthebbers de slechteriken – en dat mogen ze weten ook! Hier worden de muren niet geluidsdicht gemaakt. De poëtische werelden van het normatieve centrum van de stad en de heterodoxe vervallen wijnhuizen staan in schril contrast met elkaar en middels de wisselwerking tussen beide leert de dichter zijn publiek over zijn visie op islam – en hij staat altijd aan de kant van de choquerende vagebonden.

Het doel van deze vagebonden was om hun vroomheid naar buiten toe te verbergen en juist kritiek van de orthodoxe moslim-meerderheid en haar geestelijken uit te lokken. Op deze manier werd de valkuil van hypocrisie in het geloof voorkomen: als de rest van de stad denkt dat je juist een ongelovige bij uitstek bent, loop je niet het gevaar dat je voor aardsgewin je stiekem vromer voordoet dan je diep vanbinnen echt bent. Je zuivert als het ware je geloof van hypocrisie omdat de harde kritiek je dwingt het écht alleen vanuit liefde voor God te doen. Eigenlijk zijn deze wilde types dus niet van God los maar juist erg dicht bij Hem. Maar helaas betekende dat niet dat er deze dichters die dit schreven geen risico liepen: enkelen moesten het met de dood bekopen.

De dichter in wiens oeuvre deze poëzie ontstond verliep het gelukkig wel goed. Dit is de 12e-eeuwse dichter Ḥakīm (“De Wijsgeer”) Sanāʾī (gest. 1131) uit de stad Ghazna, ten zuiden van Kaboel. De poëzie werd direct razend populair: in een groot gebied van de Balkan tot aan Bengalen hebben tot op de dag van vandaag talloze dichters hem geïmiteerd en hun eigen draai aan deze poëzie gegeven. In ons onderzoeksproject Beyond Sharia: the Role of Sufism in Shaping Islam onderzoeken we met ons team verschillende aspecten van deze traditie en hoe deze traditie de islam in de hedendaagse Perzische wereld beïnvloedt. In mijn dissertatie onderzoek ik niemand minder dan De Wijsgeer zelf, ik zal de komende jaren dan ook nog veel over de kharābāt schrijven.

U begrijpt dus mijn enthousiasme toen Erdbrink het Nederlandse publiek de Kharābāt van Kaboel liet zien. Het is een interessant voorbeeld van hoe een stukje denkbeeldige topografie uit Sanāʾī’s poëtische traditie voortleeft in de stedelijke topografie van het echte Kaboel – bij uitstek een plek waar er flink wat kritiek valt te leveren op de verschrikkelijke interpretatie van de islam die de nieuwste heersers aanhangen. Het is dus niet alleen hetzelfde liedje tussen het Teheran en het Kaboel van nu, zoals Erdbrink aantoont, maar ook dwars door tijd en ruimte heen, van het 12e-eeuwse Ghazna, van de Balkan naar Bangladesh, tot aan het Kaboel van nu. Een geschiedenis vol dappere dichters en muzikanten.

Voor een Engelse versie van deze blog klik hier.


Verantwoording van de afbeeldingen

“Over de Afleveringen,” Onze Man bij de Taliban, VPRO, bezocht op 14 april, 2023, https://www.vpro.nl/programmas/onze-man-bij-de-taliban/afleveringen.html.

© Alexandra Nieweg and the Beyond Sharia ERC Project, 2023. This project has received funding from the European Research Council (ERC) under the European Union’s Horizon 2020 research and innovation programme (Grant agreement No. 101020403). Any unlicensed use of this blog without written permission from the author and the Beyond Sharia ERC Project is prohibited. Any use of this blog should give full credit to Alexandra Nieweg and the Beyond Sharia ERC Project.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *