Emrooz samâ’ast, ‘Vandaag is het samâ’’: Muziek bij de viering van Rumi’s huwelijksnacht – Rokus de Groot

7 January 2026

Rokus de Groot, (Universiteit van Amsterdam)

Op 17 december 1273 viel Rumi de Shab-e arus, de ‘huwelijksnacht’, ten deel. Soefi’s vatten het overlijden op als de vereniging van de individuele ziel met de Geliefde. Voor de 750-jarige viering daarvan, in 2023, componeerde ik Een kwintet van Rumi-kwatrijnen. Eerder heb ik stukken geschreven voor vrouwenstemmen en instrumenten op teksten over liefdesverlangen. Daarin klonken de stemmen van Mirabai, Sundari, Layli, Zhale, Jahan Malek Khatun en de vrouw uit het bijbelse Hooglied. Maar voor het Kwintet wilde ik een ander geluid: dat van vervulling en extase, gezongen door een sonore mannenstem, solo. Solo-zang nodigt uit tot een bijzondere concentratie, er is niets dat afleidt van de zanger. Ik heb de kracht ervan ervaren tijdens mijn veldwerk in Schotland in 1971 als student muziekwetenschap, waar ik zangers opnam en ceilidhs bezocht (bijeenkomsten, vaak in huiskamers, waar ballades en liefdesliederen worden gezongen, meest solo). De in zichzelf gekeerde wijze van zingen, alsof men een innerlijke ruimte binnengaat, maakte diepe indruk op me.

              Over het algemeen zetten componisten uit Europa en de Amerika’s Rumi’s poëzie in vertaling op muziek. Zulke vertalingen concentreren zich op de betekenis van de teksten en zijn meest in vrije versvorm. Daarbij gaat de oorspronkelijke vormkracht van metrum en rijm verloren, en juist die hebben een sterke muzikale werking die de tekstinhoud draagt. Om in contact te blijven met dat muzikale heb ik gekozen voor Rumi’s teksten in het oorspronkelijke Perzisch.

              Het Kwintet opent met een oproep tot muzikale vervoering en geestelijke dronkenschap die het verstand te boven gaat. In de compositie wordt dat muzikale van de tekst verklankt door de uitdrukkelijke herhaling van de woorden daf (raamtrommel) en dohol (trommel) aan het begin en einde van het lied, als een krachtige percussieve omlijsting, terwijl de dronkenschap zich toont in glissandi (glijtonen) aan het slot van de melodische frasen, waarbij de vaste toonhoogten als het ware aan het wankelen worden gebracht.

برخیز و دهل بزن که ما منصوریمبی دف بر ما میا که ما در سوریم
از هرچه خیال کرده‌ای ما دوریممستیم نه مست بادهٔ انگوریم

Kom niet bij ons zonder trommel, want we zijn aan het feesten;

Sta op en sla de trom, want we zijn Mansur al-Hallaj.

We zijn dronken, maar niet van wijn uit druiven,

We zijn verre van wat jij je ook maar hebt voorgesteld.

Het tweede lied gaat over de Geliefde, voorgesteld als de Dag, voorbij dag en nacht zoals wij die in het dagelijks leven ervaren. De melodie van dit lied ligt heel laag, als suggestie van de versluiering in het nachtelijke – de onwetendheid over de Dag – en van het gegeven dat zelfs de aardse dag versluierd is – uit zichzelf niet wetend wat de Dag inhoudt. Bovendien heeft de melodie geen vaste grondtonen, waardoor zij als het ware ‘zweeft’ of ‘dwaalt’ als  in het duister. Dat wordt nog versterkt door de vele tooninflecties – ‘bevingen’ in de gezongen toonhoogten die het gevoel van vaste grond onder de voeten ondergraven.

شب گشت و خبر نیست مرا از شب و روز                     روز است شبم ز روی آن روز افروز

ای شب شب از آنی که از او بیخبری                             وی روز برو ز روز او روز آموز

Het is nacht geworden, en ik heb geen nieuws van nacht en dag.

Mijn dagen zijn nachten vanwege Hem wiens gelaat de dag verlicht,

O nacht! Je bent nacht, want je bent je van Hem niet bewust.

O dag! Ga en leer van zijn dag wat de dag inhoudt.

In het centrum van het Kwintet staat een kwatrijn over het mysterie van ‘ik en jij’ (man o to), de Geliefde en de individuele ziel, uit wie uiteindelijk de dualiteit wordt weggenomen. De mystiek hiervan – het onuitsprekelijke dat in het tweede halfvers wordt aangeduid met een paradox – wordt in het lied verklankt door het aanvankelijk ‘verzwijgen’ van de tekst. De melodie wordt eerst met gesloten mond uitgevoerd (geneuried): mystiek komt van het Griekse mu-oo, wat ‘sluiten’ of ‘verbergen’ betekent. Daarna wordt op dezelfde melodie de tekst gezongen. Een derde maal komt de melodie voor, nu in een hogere toonligging. Zij wordt opnieuw geneuried, maar nu met uitzondering van de sleutelwoorden ‘man o to’, ‘ik en jij’, die in elke regel een of twee maal door zang worden belicht.

در اصل یکی بُدَست جان من و تو                    پیدای من و تو و نهان من و تو

خامی باشد که گویی آن من و تو               برخاست من و تو از میان من و تو

Oorspronkelijk was er één ziel voor mij en jou

Zichtbaar voor mij en jou; verborgen voor mij en jou

Het is onrijp te zeggen dat het behoort aan mij en jou

“Mij en jou” is weggenomen uit mij en jou.

Het vierde kwatrijn benadert het geheim van het leven weer op een andere manier. ‘De Geliefde is zowel de spiegel als het gezicht dat daarin wordt gereflecteerd, zowel de Bron van het Leven als het individuele leven.’ Muzikaal wordt er in de compositie geen poging gedaan om dit geheim te verklanken, behalve dan dat het onuitsprekelijke ervan wordt gesuggereerd door lange melismen in de melodie: een lettergreep wordt daarbij gezongen op meer dan één, tot veel opeenvolgende tonen, zodat de tekst van verstaanbare taal wordt omgezet in louter muzikale klank. Het woord ham, ‘zowel’ of ‘ook’, wordt in de muziek sterk benadrukt, om de eenheid van het geschapene en zijn Schepper aan te geven.

هم آینه‌ایم و هم لقائیم همه                                 سرمست پیالهٔ بقائیم همه

هم دافع رنج و هم شفائیم همه                        هم آب حیات و هم سقائیم همه

Wij zijn allen zowel een spiegel als het gelaat

Wij zijn allen dronken door de beker van de eenheid met de Geliefde

Wij zijn zowel het weren van het lijden als het helen ervan

Wij zijn zowel de Levensbron als de waterverkoper

Het afsluitende kwatrijn neemt de extatische stemming van het openingslied weer op. Het gaat om de viering van samâ, de rituele werveling van de derwisjen. De enthousiaste ritmiek van die werveling is in de tekst al te horen, in de drievoudige herhaling in elk halfvers van woorden met de klinker â. De muzikale zetting versterkt dit nog door de melodie driemaal te herhalen, en voert het enthousiasme verder op door dat steeds op hoger toon te doen. Dit eindigt in een luid roepen van ‘samâ!’ in een afscheid van het intellect.

نورست شعاعست و شعاعست و شعاعامروز سماعست و سماعست و سماع
از عقل وداعست و وداعست و وداعاین عشق مطاعست و مطاعست و مطاع

Vandaag is het samāʿ, samāʿ, samāʿ!

Er is licht, straling, straling, straling!

Deze liefde moet worden gehoorzaamd, gehoorzaamd, gehoorzaamd!

En wat het intellect betreft, zeg het vaarwel, vaarwel, vaarwel!

Emrooz samâ’ast! ‘Vandaag is het samāʿ’: Op deze wijze probeert Een Kwintet van Rumi-kwatrijnen bij te dragen aan de gedenking van Rumi’s huwelijksnacht. ‘“Mij en jou” is weggenomen uit mij en jou.’

Op 17 december 2025 voerde Vincent Berger in de Soefitempel Universel te Katwijk Een Kwintet van Rumi-kwatrijnen uit. Luister hieronder naar de opname:

Image: “Dancing Dervishes”, Folio from the Shah Jahan Album (The Metropolitan Museum of Art, Object number 55.121.10.18)

Bronnen:

Furūzānfar, Badīʿ al-Zamān, Kullliyyāt-i Shams-i Tabrīzī. Tehran: Amīr Kabīr Press, 12th ed.,1988. Nr. 1652 Furūzānfar, Badīʿ al-Zamān, Kullliyyāt-i Shams-i Tabrīzī. Tehran: University of Tehran Press, First ed., 1963, Vol. 8. Nrs. 1322, 956, 1540, 1046.

De vertalingen zijn naar die in het Engels van Asghar Seyed-Gohrab.

Rokus de Groot heeft deze bijdrage geleverd op 17 December 2025 bij de bijeenkomst “Rumi’s Huwelijksnacht”. © Rokus de Groot and the Beyond Sharia ERC Project, 2025. This project has received funding from the European Research Council (ERC) under the European Union’s Horizon 2020 research and innovation programme (Grant agreement No. 101020403). Any unlicensed use of this blog without written permission from the author and the Beyond Sharia ERC Project is prohibited. Any use of this blog should give full credit to Rokus de Groot.